Klimaatadaptatie met infiltrerende verharding

4.3 Aanleg en verwerking Tijdens de aanleg van de waterinfiltrerende verhardingsconstructie wordt het uitgedachte plan werkelijkheid. Een succesvolle werking staat of valt echter met de kwaliteit van de aanleg en uitvoering. Er mogen dan ook geen concessies aan de kwaliteit worden gedaan. Uitvoeringsplan Het gaat erom met alle betrokken partijen een helder uitvoeringsplan met voldoende toezicht en controle op te stellen. Het is ook van belang met de uitvoerder af te stemmen dat onvoorziene situaties in de uitvoering te allen tijde gemeld en overlegd worden. Aanpassingen die van het ontwerp afwijken kunnen namelijk invloed hebben op de werking van het totale systeem. Waar mogelijk is het bij nieuwbouw verstandig om de infiltrerende verharding zo laat mogelijk aan te leggen, nadat de woningen zijn gerealiseerd. Dit vanwege vervuilingsrisico’s en een zo kort mogelijke belasting van zwaar bouwverkeer. Aanleg van de onderbouw Na het uitgraven van het cunet kan gestart worden met de opbouw van de infiltrerende verhardingsconstructie. Het is raadzaam om bij de aanleg vast te houden aan de volgende stelregels: • B elast na het uitgraven van het cunet niet onnodig de bodem en opvolgende lagen. Dit voorkomt spoorvorming en extra verdichting. • M aak de werkvakken in een werkbare grootte zodat ze niet te lang open liggen en vervuild kunnen raken. • W ijk niet af van de gekozen materialen, laagdiktes en verwerkingsmethode. Ze zijn immers berekend en op elkaar afgestemd. • B ij het aanbrengen van elke laag is het raadzaam om kunststof rijplaten te gebruiken. Dit gaat extra verdichting tegen. • C ontroleer of de verdichtingsgraad en de indringingsweerstand voldoen aan de overeengekomen specificaties en leg dit vast in een logboek. • Controleer elke laagdikte en de bovenzijde ervan ten opzichte van het profiel. • Z org voor een homogene verdichting van elke laag om verzakkingen en spoorvorming tegen te gaan. • N a het aanbrengen van elke laag is het verstandig de infiltratiesnelheid te testen, bijvoorbeeld met verschillende puntmetingen. Hiermee wordt geborgd dat de laag functioneert zoals beoogd. Onvolkomenheden zijn in deze fase nog efficiënt op te lossen. • D e straatlaag mag niet gebruikt worden om een onvoldoende vlakke fundering te compenseren. Dit werkt oneffenheden in de hand. Hetzelfde geldt voor het aanbrengen van afschot. Dat moet al plaatsvinden in de fundering om spoorvorming te voorkomen. 33 Index

RkJQdWJsaXNoZXIy MTkxNTk=