Klimaatadaptatie met infiltrerende verharding

Materiaalkeuze Bij de keuze van de materialen voor fundering, straatlaag en voeg kan gestuurd worden op verschillende eigenschappen, die medebepalend zijn voor het korrelskelet van het materiaal: • Verbrijzelingsweerstand • Haakweerstand • Afslijtingsweerstand • Gradatie van de korrelopbouw (korrelgrootte) In de praktijk toegepaste steenslagmaterialen * Kies waar mogelijk een straatlaag waarin de bestrating zich optimaal kan zetten. Dit voorkomt losliggende, zijdelings bewegende en klapperende stenen. ** Het komt voor dat dit materiaal gemengd wordt met drainagezand (bijv. 15%) om meer stabiliteit te creëren. Laag Materiaal Fractie Hardheid % Holle ruimte Kenmerk Voeg Split 1/2 – 1/3 – 1/6 – 0/6 Hoog (LA-coëfficiënt ≤ 20) N.v.t. Hoge hardheid vereist i.v.m. verbrijzeling Straatlaag Split / breekzand 2/5 - 2/6 – 0/5 - 0/6 Hoog (LA-coëfficiënt ≤ 20) N.v.t. Verharding moet zich kunnen zetten* Fundering Lava 4 tot 16/32 Laag (LA-coëfficiënt ≤40) Ca. 48% Licht en hoge infiltratie, minder stabiel, zuiverend Grauwacke 2-45 Hoog (LA-coëfficiënt ≤30) Ca. 23% Hoge hardheid Menggranulaat** 4-40 Gemiddeld (LA-coëfficiënt ≤ 60) Ca. 30% Bevat verhard cement, kan binden Betongranulaat** 4-40 Gemiddeld (LA-coëfficiënt ≤ 60) Ca. 30-40% Bevat verhard cement, kan binden Onderfundering Drainagezand N.v.t. N.v.t. N.v.t. Hoge K-waarde • Hardheid (LA-coëfficiënt) • Zuiverheid • Percentage holle ruimte • Verdichtingsgraad 29 Index

RkJQdWJsaXNoZXIy MTkxNTk=