4.2 Onderbouw en materialen De invulling van het cunet en de daarvoor gewenste materialen zijn een doorvertaling van het ontwerp waarin de doelen, ambities en omgevingsfactoren zijn meegenomen. Dit leidt tot een op maat gemaakte opbouw met eisen aan de materialen. Zonder scheidingsdoek(en) in de onderbouw blijft de ondergrondse infrastructuur goed bereikbaar en te herstellen. Bovendien is er minder kans op dichtslibben van de constructie. Opbouw infiltrerende verhardingsconstructie Functie Laagdikte ca. 1. Voegen • Regenwater z.s.m. infiltreren • Stabiel en in verband blijvend straatwerk • Krachten overdragen en verdelen • Klapperen en afsplinteren tegengaan Voeg moet vol en zat gevuld zijn 2. Bestrating • Verharding voor gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers • Regenwater z.s.m. infiltreren • Esthetiek en uitstraling ≥ 7 cm 3. Straatlaag (vlijlaag) • Zetten van bestrating • Hoogteverschillen wegwerken • Regenwater z.s.m. infiltreren • Filterstabiliteit met fundering 5 cm – 10 cm (afhankelijk van gekozen materiaal) 4. Fundering • Verkeersbelasting verticaal opvangen (draagkracht) • Regenwater infiltreren / bergen / bufferen / afvoeren 20 cm - 25 cm – 30 cm 5. Onderfundering (indien van toepassing)* • Op hoogte brengen constructie • Grondverbetering • Regenwater infiltreren / bufferen / afvoeren • Vorstbescherming 5 - 25 cm 6. Bodem / natuurlijke ondergrond • Stabiliteit • Gezond grondwaterpeil N.v.t. * In deze laag wordt regelmatig een drain geplaatst voor vertraagde afvoer van het regenwater. De keuze voor een onderfundering kan te maken hebben met een slecht doorlaatbare bodem. Het kan ook tot doel hebben om bij onvoldoende ruimte in het cunet het infiltrerende oppervlak te vergroten. 1. 3. 4. 5. 6. 2. 28 Index
RkJQdWJsaXNoZXIy MTkxNTk=