• C ontroleer regelmatig op voldoende gevulde voegen om stabiel straatwerk te garanderen. Bij opnieuw invoegen moet altijd gekozen worden voor de oorspronkelijke voegvulling. • W ordt regenwater van percelen op de infiltrerende verharding afgevoerd? Dan is met het oog op de hogere vervuilingsgraad extra aandacht vereist. • Z org voor een monitoringsplan met metingen die de werking van het systeem in kaart brengen. Stuur het beheerplan er waar nodig op bij. • L eg richtlijnen vast over onkruidbestrijding en het onderhoud van aangrenzende groenzones. Laat het groenafval bijvoorbeeld niet op de rijweg verzamelen en opvegen, maar direct in een emmer, kruiwagen, aanhanger of open bakwagen deponeren. Anders verliest de eerste ca. 50 cm van de verharding naast de groenstrook snel zijn werkzaamheid. • Z org ervoor dat de verharding na bladval wordt gereinigd. • M aak afspraken en instructies voor werkzaamheden aan kabels en leidingen. De onderbouw mag namelijk niet verstoord worden, ook als de infiltrerende verharding juist weer herstraat moet worden. • G eef bewoners regelmatig voorlichting over het gebruik van infiltrerende verharding, want verkeerd gebruik kan tot afnemende infiltratiesnelheid leiden. Plaats bijvoorbeeld een informatiebord in de straat en stel bijvoorbeeld gebruiksregels op, zoals: - Geen zand op de bestrating storten. - Geen zwaar verkeer bij verbouwingen. - Nadelen van autowassen op straat. • T erughoudendheid met strooizout of andere vormen van gladheidsbestrijding is gewenst. Dit beschermt de werking van het systeem, omliggend groen en de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Strooizout heeft overigens geen invloed op de kwaliteit en levensduur van de straatbakstenen. 4.4 Beheer en onderhoud Net als andere afwateringssystemen heeft infiltrerende verharding door vervuiling en dichtslibbing periodiek onderhoud nodig. Omdat de werking en het succes van het systeem afhankelijk zijn van de waterdoorlatende functie, verdient het beheer de volle aandacht. Het is van belang altijd een beheerplan op te stellen met voldoende aandacht voor het onderhoud van de groenvoorzieningen. Tips voor het beheerplan • N eem het beheerplan direct mee in de planvorming en ontwerpfase van het project en begin meteen met het uitwerken van de eerste contouren van het plan. De budgettering mag niet vergeten worden en kan een onderdeel zijn van het wegbeheerplan of gemeentelijk rioleringsplan. • B etrek de juiste stakeholders bij de invulling van het plan. Denk aan beheerders, ontwerpers, projectleiding, toezichthouders, bewoners/ gebruikers en leveranciers. • M aak een onderhoudsschema waarin het type onderhoud (klein/ specifiek), de methodieken en de frequentie worden beschreven. De frequentie hangt af van zaken als groen, hellingen, verkeers- en gebruiksintensiteit. 37 Index
RkJQdWJsaXNoZXIy MTkxNTk=